Lekker lui op winterkarper.
Tja , wie ’s winters op karper wil vissen, hoeft zich niet te haasten. Vroeg opstaan is niet nodig. Karpers azen in de winter namelijk maar korte perioden van de dag. En, dat is niet ’s ochtends vroeg of ’s avonds en zeker niet ’s nachts. Zo tussen 11 uur ’s ochtends en drie uur ’s middags is de dagtemperatuur het hoogst. Dan moet je zorgen dat je er zit en dat jouw boilie, pellet of tijgernoot op de voerplek ligt. Maak als je met twee hengels vist 1 voerplek in het diepe en 1 op een ondiep plateau. Bij een beetje zon wordt dat ondiepe water al gauw een graadje warmer en daar houden karpers van. Al moet je op de winterdag zeker niet op veel runs rekenen.Vergeet daarom vooral niet je (luie) karperstoel of stretcher mee te nemen.
Toplood of vlaggetje
De pleziervaart en sportvissers zitten nogal eens in elkaars vaarwater. Boten varen over vislijnen heen, waardoor deze soms in de schroef verstrikt raken. Booteigenaar kwaad, maar ook de visser wordt er natuurlijk niet vrolijk van als hij zijn lijn kwijt is. In de meeste gevallen heeft een bootbezitter niet eens in de gaten dat er iemand langs de waterkant zit te vissen. Vissers zitten vaak verstopt tussen het hoge riet of met hun tent of plu onopvallend verscholen tussen de struiken. Dan mag je niet verwachten dat ze jou dan zien zitten en met een grote boog omvaren. Bovendien varen sommige karpervissers hun lijnen zover uit, dat er welhaast problemen van moeten komen.
De oplossing is om in een water met veel pleziervaart altijd toplood te gebruiken. Hierdoor komt je lood keurig plat op de bodem te liggen en kan een boot de lijn niet meenemen. Erg handig. Ook heb ik sportvissers gezien die een oranje vlaggetje boven het riet uit lieten steken. Je kent ze wel; van die vlaggetjes die aan een lange spriet achterop kinderfietsen zijn gemonteerd. Dit helpt soms ook heel goed om je aanwezigheid aan de waterkant kenbaar te maken. En mocht je kleine broertje of zusje opeens het vlaggetje op hun fiets missen, vertel ze dan niet dat je deze tip van mij hebt.
Voeren op afstand
Voeren op afstand is in de praktijk minder eenvoudig dan het in eerste instantie lijkt; zeker als je het een beetje goed en precies wilt doen. Er zijn diverse hulpmiddelen zoals werppijpen, werpscheppen of gewoon onze handen (katapults zijn verboden, dus daar hebben we het verder niet over) beschikbaar, maar ook met behulp daarvan lukt het niet altijd meteen om je voer precies daar te krijgen waar je het wilt hebben. Daarom is het belangrijk eerst eens goed te oefenen voordat je bijvoorbeeld al je dure boilies (of ander lokvoer) overal heen werpt, behalve naar de plek waar je het wilt hebben. Zeker als al je zakgeld in aas en lokaas is gaan zitten.
Wat je dan beter kunt gaan doen is oefenen met simpele zelfgemaakte balletjes deeg. Maakt wat broodmeel aan met rauwe eieren, draai balletjes zo groot als een boilie, kook deze en je hebt de beste oefenboilie die er is. Leg op een groot grasveld een zeiltje of een grote handdoek uit en ga net zo lang oefenen met je werppijp tot negen van de tien deegballetjes precies op het zeiltje of de handdoek terechtkomen. Pas als dat lukt, wordt het tijd voor een voerplek met wat echte boilies die je ook aan je hair hangt.
Met een kleine aanpassing is deze tip ook toepasbaar voor de matchvisser die zijn voerballen precies bij zijn verre dobber wil kunnen werpen. In plaats van een zeil of handdoek zet je gewoon een emmer neer op dat zelfde grasveld. Een stel flinke aardappels fungeren als denkbeeldige voerballen en deze probeer je in de emmer te mikken. Simpel toch!
Pop-up korst
Karpervissers weten allang dat boilies die een stukje boven de bodem zweven (pop-ups) soms zeer effectief kunnen zijn. Behalve boilies kun je nog meer aassoorten op die manier presenteren. Wat dacht je bijvoorbeeld van een pop-up broodkorstje? Normaal gesproken wordt er door karpervissers met broodkorsten alleen drijvend op karper gevist, maar je kunt een broodkorstje ook heel eenvoudig op de pop-up manier vissen.
Dit doe je door met een werplood te vissen en aan het uiteinde van je hoofdlijn een heel kort onderlijntje van hooguit 15 centimeter vast te maken. Het lood zal naar de bodem zakken, terwijl het broodkorstje vanwege zijn drijvend vermogen omhoog wil. Door nu je lijn heel voorzichtig strak te draaien, trek je de onderlijn tegen het lood aan en komt het korstje circa 15 centimeter boven de bodem te hangen. Door het broodkorstje met een baitband (mini-elastiekje) aan de haak te verbinden, zullen negen van de tien aanbeten raak zijn - tenzij een school kleine visjes je korst heeft gevonden.
Met deze manier van korstvissen wordt het mogelijk om je broodkorst niet alleen drijvend aan het wateroppervlak, maar ook vlak boven de bodem aan te bieden. Daarbij voorkom je zo bovendien dat watervogels er met je korst en haak vandoor gaan. Deze methode werkt trouwens ook perfect voor een zeevis als de harder. Probeer het maar eens uit!
Met je kop in de wind
In de zomer kan het soms lastig zijn om karper te vangen. Vooral op bloedhete en windstille dagen liggen de karpers graag te zonnebaden in een rustig hoekje van het water. Interesse in ons aas hebben ze dan meestal niet. Met dat warme weer kun je daarom het beste in de avonduren en vroege ochtenduren vissen. Laat naar bed of vroeg eruit dus!
Voor de karpervissers die liever een lange nacht in hun bed liggen, heb ik een goede tip: wacht op een stevige wind en ga dan vissen. Een zuidwesten- of westenwind kracht 4, dat is prima karperweer. Trekt de wind aan naar kracht 5? Grijp je hengels en snel naar de waterkant! Wordt het windkracht 6? Pas op voor vallende takken en op naar je stek: de karpers zijn vaak zo ‘los’ dat ze bijna de kant op springen!
Ga met die harde wind altijd op de oever vissen waar de golven op slaan, dus met je kop in de wind. Vis dicht onder de kant en houd ondertussen je ogen open voor springende karpers. Zie je meer vissen op een bepaalde plek springen, gooi daar dan direct je aas naar toe. Zo’n actieve aanpak kan je op winderige dagen een megavangst bezorgen.
Karperdeegje
Zachte aassoorten doen het in de winter vaak beter dan harde. Voor de karpervisser is ontbijtkoek ’s winters een echte aanrader om deeg van te maken. Deze bruine massa is namelijk heel gemakkelijk tot een deeg te kneden. Let er daarbij op dat je maar heel weinig water toevoegt, want voor je het weet sta je een slappe drol te kneden. Je kunt dit deeg freelinend vissen (dus enkel een balletje op de haak en dan goed op de lijn letten wanneer deze wegloopt), maar het is ook aan een vastloodsysteem te vissen. Daarbij geldt: hoe harder het deeg, des te beter het aan de hair blijft zitten.